Hoofdtekst
Ik heb onzen ouden altijd horen vertellen dat er mensen waren die ulder ziel aan den duivel verkochten.En Rieks Peerke die ik zo goed gekend heb, kreeg een vel van den duivel. ’s Nachts ging hij er op uit en dan pallulde (foppen) hij de mensen. Hij trok een vel over zijn kop en als ge hem tegen kwaamt ge moest gerust zijn. ’s Morgens stak hij zijn vel in een branke (tak). En moest ge nu per ongeluk zijn vel gevonden hebben en ge wilde het verbranden, dan werd hij naar u gedreven en hij pakte u dat vel af. Peerke is nu pertank dood, maar dat vel zit nog in de branke.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Een man die zijn ziel aan de duivel had verkocht, kreeg een vel waarmee hij ’s nachts moest rondlopen om de mensen te plagen. ’s Ochtends verborg de man zijn vel in een boom. Als iemand het vel per ongeluk vond en het verbrandde, dan stond de weerwolf heel snel bij het vuur om het vel mee te nemen.
Die weerwolf uit Zegelsem is gestorven, maar zijn vel steekt nog in de boom.
Die weerwolf uit Zegelsem is gestorven, maar zijn vel steekt nog in de boom.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
478
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zegelsem   
Plaats van Handelen
Zegelsem   
