Hoofdtekst
Ter was ne keer nen beenhouwer in de St-Jansstraat, ne zekere Moerman. De kinderen waren daar altijd ziek. Zekeren dag ging dien beenhouwer naar de passionisten. Die paters kwamen en heel de strate stond vol volk. Iedereen moest uit het huis. Z’hielden een wreed leven, ze sloegen met ulder stokken; en als ze buiten kwamen ’t zweet leekte van ulder. Daarachter is er nooit niets meer gebeurd. ’t Was ne kwageest die daar was.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een beenhouwer wiens kinderen altijd ziek waren, ging te rade bij de passionisten. Die paters kwamen ter plaatse een kijkje nemen en vroegen iedereen het huis te verlaten. De paters sloegen met hun stokken in het rond en kwamen even later helemaal bezweet naar buiten. Daarna heeft men in dat huis nooit meer problemen gehad. De kwade geest was immers verdreven.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (zuiden)
170
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Passionisten (kloosterorde)   
Naam Locatie in Tekst
Kortrijk   
