Hoofdtekst
Daar waren eens twee knechts op een winning. De ene zei tegen de andere: 'Daar moeten toch schelmen zijn, want ik hoor 's nachts altijd iets! 'Ik weet van niks' zei de andere. 'Ja, daar moet toch iets zijn', zegt de eerste. Op 't laatste had hij iets tegen zijn baas gezegd. 'Wij zullen eens hoeden, dan weten wij het', zei de baas. De andere knecht hoorden ze 's nachts weggaan. Hij bleef een heel stuk achter. Toen hij terugkwam, had hij een vel achter de oven gestoken. Dat zagen de baas en de andere. Ze gingen direkt dat vel zoeken, ze stookten de oven heet en verbrandden dat vel. Ik heb gehoord, ja, zo hebben ze mij verteld, dat die jongen niet meer lang geleefd heeft.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Op een hoeve werkte een knecht die 's nachts voor weerwolf speelde. Een andere knecht die achterdocht had gekregen, lichtte de boer in over het vreemde gedrag van de jongen. Spoedig ontdekte de boer het dierenvel dat de knecht achter de oven had verborgen. Nadat het dierenvel in de oven was verbrand, heeft de knecht niet lang meer geleefd.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.6 Weerwolven
midden-limburgs
j
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
