Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RCELI0231_0232_776 - Gezegde "in Gods naam" breekte [sic] de macht van tovenaar

Een sage (mondeling), 1954

Hoofdtekst

Toen het klaar weer was, gongen ze dorsen. 'Wat gaan we doen', zei de knecht tegen de boer, 'dorsen?' 'Ja,' zei de boer, 'dat kosten we wel doen.' Dat ging nog met de vlegel in dien tijd, met den deugniet, zegden ze. 'Baas', zei de knecht, 'wat doet ge het liefst, dorsen of afgooien?' 'Dat is nu een vraag' zei de boer, als ik het voor het zeggen had, zou ik liever afgooien.' 'Goed', zei de knecht, 'ik zal wel maken dat het onder de voeten uit komt.' Maar eerder was het koren veel vaster getast als nu. Het strooi was ook fijner, nog veel fijner dan in mijne jongen tijd, en dan was dat nog allemaal fijn afgesneden aan de kant. En ze begosten. De boer wou al eens kijken tussenbei wat de knecht aan 't doen was, hoe hij dat kos bijhouwen, maar dan riep hij al: 'Allons, baas, wat rapper.' Dan keek de boer eens omlaag en de knecht lachte maar. De boer werkte zich kapot en dat gong maar: 'Allez, wat rapper.' Op den duur nam de boer vier, vijf geleggen in eens en die sleepte hij naar de kant om af te gooien. - Dat moet waar gebeurd zijn - En op 't leste was de boer kletsnat van de zweet. 'Allo, baas, laat ze komen.' 'Daar dan in Gods naam', zei de boer, 'daar hebt ge nog 'nen hervel.' Maar die laatste heeft hij toch met de vlegel moeten doen. Dat was dien 'in Gods naam', die dat gedaan had.

Onderwerp

SINSAG 0750 - Andere Zauberei.    SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   

Beschrijving

Een boer en een knecht besloten om het graan te dorsen met de dorsvlegel. De knecht vroeg aan zijn baas: "Wat zou je het liefst doen, dorsen of het graan van de vlegel scheppen?", waarop de boer antwoordde: "Als ik werkelijk kon kiezen, dan zou ik natuurlijk liever het graan scheppen." Daarop stelde de knecht voor om zelf te dorsen. De knecht kon zo snel dorsen dat de boer helemaal bezweet was en het tempo amper kon bijhouden. Toen de boer bijna aan het einde van zijn krachten was, riep de knecht: "Vooruit baas, laat het graan maar komen!" De boer antwoordde: "In Godsnaam, vooruit dan maar!" Het graan dat de knecht nu kreeg, vergde echter veel meer van zijn krachten. De knecht bezat een toverboekje, maar de toverkracht was verbroken toen de boer de naam van God had uitgesproken.

Bron

R. Celis, Leuven, 1954

Commentaar

2.3 Toverboeken
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Beek    Beek