Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0223_0224_33532

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Ik heb mijn pere nog horen vertellen dat ze ne knecht hadden en dat den dien kledden liep. Hij hoordegen ten twaalven van de nacht ne keer lawaait en ’t er stond ne kledden voor hem; en mijne pere sprong op, en diëne kledden sprong mee zijn poten op zijn lijf; en mijne pere gaf hem ne klop maar de kledden was aan ’t lopen zelle! En mijne pere liep hem achternaar maar hij en kost hem niet krijgen; en ’s anderdaags vertellegen hij dat, en diëne knecht ge zag dat aan zijn manieren dat hij dat moest zijn; en ze hadden ’t al afgezocht en op de koler van den oven had hij zijn vel gesteken! Maar mijne pere paktegen naar dat vel en ze verbrandegen ’t in den oven. En hij lag daar voor hun voeten hem azo te kronkelen, en ’t was precies hoe dat ze ketens hoordegen rammelen maar zij en zagen niet. En daar kreeg hij azo slagen van de duivels zé. En van als dat vel verbrand was, was dat gedaan, en hij was ’t er vanaf. En dan was hij vrij.

Onderwerp

SINSAG 0252 - Plagegeist lässt sich tragen    SINSAG 0252 - Plagegeist lässt sich tragen   

Beschrijving

Een man had een knecht die als kledde rondliep. Om twaalf uur werd de man een keer door kledde besprongen. De man gaf kledde een afranseling, waardoor die het op een lopen zette. De volgende dag vond de man kleddes vel in de oven. Toen de man het vel verbrandde, lag de knecht voor de oven te kronkelen en hoorde men kettingen rammelen. De knecht werd door de duivels geslagen. Toen het vel was opgebrand, was de knecht verlost.

Bron

M. Van Der Linden, Leuven, 1964

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (denderstreek)
699
Vader van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Aspelare    Aspelare