Hoofdtekst
Beschrijving
Een vrouw die al zes of zeven maanden ziek was, kreeg van haar buren de raad om naar een bepaalde man te gaan omdat ze wellicht door de kwade hand was geraakt. “Kan je te weten komen wie de heks is?”, vroeg men de man, waarop deze bevestigend antwoordde. De man zegde gebeden en maakte kruistekens, terwijl het water van zijn gezicht droop. In werkelijkheid had hij een natte spons onder zijn pet, waar hij steeds op duwde. Daarna zei de man: “De persoon die morgenvroeg als eerste binnenkomt, is de heks. Toen men die vrouw de volgende ochtend zag binnenkomen, gaf men haar een flinke afranseling.
Bron
C. Vandendries, Leuven, 1984
Commentaar
2.1 Heksen
brabants (scherpenheuvel)
4G
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Scherpenheuvel   

