Hoofdtekst
Ik kon zo drie, vier jaar zijn toen dat gebeurd is. Maar ene die het gezien heeft, heeft me dat verteld. In Riksingen had een zekere S. een 'winning' gebouwd en daartegen een brouwerij. Maar geen drie jaar waren om of hij was radicaal op, ongeluk onder de beesten, zijn vrouw gestorven en de winning uitgebrand. Toen kwam zijn schoonzoon op die 'winning' en die had geld geleend en hij was heel nieuw ingesteld met beesten en getuig en voeder. Maar hij had al evenveel ongeluk en 't brandde weer. Toen werd de 'winning' verhuurd aan de M. en de brouwerij werd in een herenhuis veranderd maar dat stond leeg. M. had niet meer geluk, hij moest ook eraan en de 'winning' werd verkocht. Pee S. die met een van St.-Truiden getrouwd was, kocht het spel. Zijn vrouw was er boven op door de fruitcommerce. En Pee had ook ongelukken en daar was weer vuur geweest. En op een avond kwam hij met de broer van mijn vrouw afgegaan en toen zagen ze allebei licht in het herenhuis. Maar Pee die dorst toch niet gaan zien en toen hij thuiskwam vroeg hij: 'Mieke, wie is er in 't herenhuis?' 'Wel niemand', zei Mieke. 'Ik heb daar licht zien branden' - 'Neen, zei Mieke, kijk maar daar hangt de sleutel.' 's Anderendaags ging Pee kijken maar het stof lag daar overal een vinger dik, daar kon niemand geweest zijn. Toen betrouwde Pee het niet meer en hij naar het Begijnhof te Tongeren naar de Bruine paters. Maar de overste zei: 'Daar is niets, ge moet daar geen geloof aan geven', maar Pee zei: 'Ta, ta, ta, wat ik gezien heb, heb ik gezien, daar was licht, en die ongelukken dat is nog iets.' 'Wel, het kan toch geen kwaad, ik zal eens een pater doen komen' zei de overste. De pater kwam daar en hij zei: 'We zullen het eens overlezen.' En toen begon hij, de ene kamer na de andere, maar toen hij bijkans rond was, aan de poort, was hij ineens de draad van zijn gebeden kwijt. Toen ging hij terug rond en hij maakte de toer in de andere richting en toen hij weer aan de poort kwam, was het of hem daar iemand tegenhield, hij wist niet meer waar hij zat. Toen probeerde hij nog eens en 't was weer hetzelfde toen hij aan die poort kwam. Toen zei de pater 'Hier moet iets liggen dat me tegenhoudt, roep uw werkvolk eens en doet de plaveistenen openbreken.' Toen ze daaraan bezig waren, 'hode' er ene een 'koet' en dat was hol en toen ze dat open maakten, weet ge wat ze daar vonden? Een pad, een pad zo groot als ze er nooit een gezien hadden, en ze haalden ze uit en ze legden ze op een kruiwagen en een steen ertegen dat ze niet zou afvallen. Toen is Timmermans gekomen om daar een portret van te maken, toen begon dat op te komen en Timmermans heeft me dat verteld ,die is nog zo lang niet dood. En toen dat portret gereed was, toen stond de kruiwagen erop en de steen ook maar geen pad, niks daarvan. Die pad hebben ze toen naar de Bornwei gedaan en daar hebben ze ze in de 'born' gesmeten, die is toch zo diep dat ze de grond niet kunnen voelen. Daarna is daar bij Pee S. niets meer voorgevallen en hij heeft 'hem' goed gemaakt op die 'winning'.
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Riksingen bouwde een zekere Smets een boerderij, met daarnaast een brouwerij. Tijdens de daaropvolgende drie jaren kende Smets bijzonder veel ongeluk: zijn vrouw overleed, de dieren op zijn boerderij stierven één na één, en de boerderij brandde af. Smets kreeg hulp van zijn schoonzoon, die geld had geleend en met groot enthousiasme de boerderij wilde heropbouwen. Het tij wilde echter niet keren: de boerderij brandde weer af. Uiteindelijk vond Smets het verstandiger om de boerderij te verhuren aan een zekere M. De brouwerij werd omgebouwd tot een herenhuis. M. bleek echter al evenveel ongeluk te hebben: hij stierf niet lang nadat hij was ingetrokken in de boerderij. Smets verkocht de boerderij aan Pee S., die was gehuwd met een vrouw uit Sint-Truiden. Helaas bleef ook Pee niet van ongeluk gespaard: er kwam weer een brand in de boerderij. Toen Pee op een avond thuiskwam, zag hij licht in het herenhuis, maar hij durfde niet te gaan kijken. Pee vroeg aan zijn vrouw: "Mieke, wie is er in het herenhuis? Ik heb daar licht zien branden.", waarop Mieke antwoordde: "Er kan niemand zijn, want de sleutel hangt daar aan de muur." De volgende dag ging Pee een kijkje nemen in het herenhuis. Omdat het stof er een vinger dik lag, besloot hij dat er inderdaad niemand kon geweest zijn. Daar Pee toch niet helemaal was gerustgesteld, bracht hij een bezoek aan de Bruine Paters in de abdij in Tongeren. Aanvankelijk namen de paters Pees klachten niet ernstig, maar toen de man maar bleef aandringen, stuurde de overste toch een pater met hem mee naar huis om de boerderij en het herenhuis te overlezen. Zo ging de pater biddend rond in alle kamers van het huis, maar toen hij bij de poort kwam, was hij plots de draad kwijt. De pater ging een tweede keer rond, maar ditmaal in de andere richting. Toen hij weer bij de poort kwam, raakte hij niet meer uit zijn woorden: het leek alsof iemand hem tegenhield. De pater ging voor de derde keer rond, maar moest weer tot dezelfde vaststelling komen. De pater sprak tot Pee: "Hier moet iets liggen dat me tegenhoudt. Roep uw werklieden en laat hen de plaveistenen opbreken." Toen de werklieden bezig waren met deze arbeid, hoorden ze plots een vreemd geluid. In de grond vonden ze een reusachtig grote pad. Toen ze het dier op een kruiwagen hadden gelegd, is Timmermans de pad komen fotograferen. Bij de ontwikkeling van de foto, zag men echter alleen een lege kruiwagen: de pad was niet te zien. Men heeft de pad dan naar de Bornwei gebracht en in de Born gegooid: de Born was immers zo diep dat men met geen enkele stok de bodem kon voelen. Daarna is er bij Pee S. niets vreemds meer gebeurd.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
2.1 Heksen
zuid-limburgs
Verteld toen de informant drie à vier jaar oud was.
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Smets
Pee S.
Pee S.
Bruine Paters   
Born (rivier)   
Bornwei   
Naam Locatie in Tekst
Henis   
Plaats van Handelen
Sint-Truiden   
Riksingen   
Tongeren   
