Hoofdtekst
Bij de geburen gingter ook in die poetsji (= knoeipot)! doa was één aan 't naaien en he wreef over 't stof. Wei het himme (= hemd) af was, was het ook stijf van luis (= luizen). Die had doa nog geslapen in de schuur, want ich zei nog: 'doa haal ich nooit gee(n) stro, dat zit misschien ook vol luis!'
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een hoeve kwam een slordige man leuren terwijl de boerin een hemd zat te naaien. De leurder had met zijn hand over de stof gewreven. Toen het hemd af was, zat het helemaal vol met luizen. Omdat de leurder in de schuur had geslapen, was het best mogelijk dat ook het hooi vol luizen zat.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
888
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mal   
