Hoofdtekst
Op ’t hof waar dat Voetie daar woonde hadden ze altijd ne stal waar dat de koeien blind werden. Zetten ze er andere, ze werden ook blind. Daar was een jonge dochter die kwam leren naaien. Als er meer te doen was zeiden ze tegen dat meiske van daar te blijven slapen. Zolang dat ze op waren gebeurde er niets, maar van als ze slapen waren de blafeturen en de deuren vlogen open. Als ze buiten kwamen, ze zagen daar ne grote vent op de blankier lopen.
Beschrijving
Op een boerderij had men een stal waarin alle koeien blind werden. Een meisje dat op die boerderij kwam leren naaien, mocht er soms overnachten. Wanneer dat gebeurde, kon ze de deuren en de vensterluiken horen openvliegen. Als de mensen buitenkwamen, zagen ze een grote man op de blankier (1) lopen.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
197
fabulaat
(1) smalle of brede steven, zoom langs huis of stal
Naam Locatie in Tekst
Zulzeke   
