Hoofdtekst
dô was ne man in ne cafei en dee zei: "Ik gô thös; mo as ge onderwegs een biest ziet, goeit dan mene zakdoek on de biest!"; en hem gaf zene zakdoek on z’n vrâ; en as di thöskam, zag ze ne weerwolf; en ze smeit huire zakdoek en liep weg; en da was huiren êge man geweest want ’s anderendôgs as hem at, zag ze de roeude veizels in z’n tân.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een man die in het café zat, sprak tot zijn vrouw: "Ik ga naar huis. Als je onderweg een beest zou zien, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil". Toen de vrouw naar huis ging, kwam ze een weerwolf tegen. Ze gooide de zakdoek naar het beest en liep dan snel naar huis. De volgende dag zag de vrouw dat haar man de vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden had.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (sint-truiden)
674
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Truiden   
