Hoofdtekst
Beschrijving
Een jonge onderwijzer uit Ezemaal wilde benoemd worden in Neerwinden en bleef daarom nog wat napraten en een glas bier drinken met de gemeenteraadsleden. Omdat het een koude winteravond was, wilde één van de gemeenteraadslieden per se dat de onderwijzer bleef overnachten in het dorp. Om de onderwijzer bang te maken, vertelde men hen over de weerwolf, die altijd bij de Laarse Brug ronddwaalde omstreeks middernacht. Omdat het al elf uur was, zou de onderwijzer de weerwolf zeker tegenkomen als hij vertrok, zo zeiden de gemeenteraadsleden. De onderwijzer liet zich echter niet van zijn stuk brengen en vertrok toch naar huis. Bij de Laarse Brug zag hij echter plots een grote zwarte massa verschijnen. De onderwijzer sprong snel van zijn fiets en rende door de sneeuw terug naar Neerwinden. Onderweg kwam de onderwijzer een spoorwegarbeider tegen, aan wie hij vertelde wat hij had gezien. Daarop zei de arbeider: "O, dat is wellicht de hond van de boerderij aan de overzijde van de spoorweg". De onderwijzer ging kijken en stelde vast dat de arbeider gelijk had.
Bron
D. Lecock, Leuven, 1974
Commentaar
1.6 Weerwolven
brabants (haspengouw)
2B
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Neerwinden   
Plaats van Handelen
Ezemaal   
Laarse Brug (Neerwinden)   
