Hoofdtekst
In Glons was een vrouw, die was verwenst door hare man, en ze was met haar kinder(en) noa Glons gegaan. Ze was dan 's avonds vertrokken, mè doa gingen altijd pjaad (= paarden) met h'r met, jong pjaad nog; twee drie veulens liepen langs haar op en af, voor haar in of a(ch)ter h'r noa tot dat ze in Glons was.
Beschrijving
Een vrouw die samen met haar kinderen naar Glons ging omdat ze door haar man was verwenst, werd onderweg de hele tijd geplaagd door veulens.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
240
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diets-Heur   
Plaats van Handelen
Glons   
