Hoofdtekst
Een vrouw was eens aan 't boteren en ze kreeg geen boter op haar vat. Ze dacht: hoe komt dat nu, het was toch goed? Den tovenaar komt daarbinnen en ze zegt dat ze geen boter op haar vat krijgt. "Draait nog maar wat, dan krijgt ge er wel", zei hij. En na een half uur had ze. Ze noemden hem den tovenaar.
Beschrijving
Een vrouw die er niet in slaagde boter te karnen, kreeg bezoek van een tovenaar bij wie ze haar beklag deed. "Draai nog maar wat, dan zal je wel boter krijgen", zei de tovenaar, en zo was het ook.
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (rupelstreek en omgeving)
280
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Blaasveld   
