Hoofdtekst
Iedere nach koem ne grote zwatte heer een waandeling moaken rond de plak bo vruuger het kesteel gesteun hèt. Het sjeent (schijnt) dat dei heer e groot gehiem bezoet mais niemand is het ooit te weten gekomen. Want telkens as iemend het wilde vreugen kreeg hij zo ne grote sjrik dat hij wegloep.
Beschrijving
In Hoepertingen liep een zwarte heer rond op de plaats waar vroeger een kasteel had gestaan. Niemand had de moed om de heer te vragen wat hij kwam doen.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
27
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hoepertingen   
Plaats van Handelen
Hoepertingen   
