Hoofdtekst
’t Weunde hier een toveresse, hier niet verre van, min moeder hèd ze dikkens gaan verzorgen, ze wos zi daar geen benauwd van en van oese doodging, die toveresse, en dat is echt gebeurd, z’hèd heel upgegeten geweest van de luzen, ’t hingen daar hele fakken (trossen) luzen aan en dat wos lik d’enigste da’k hier gekend hè in Passendale.
Beschrijving
In Passendale woonde een toveres die na haar dood werd opgegeten door de luizen.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
293
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Passendale   
Plaats van Handelen
Passendale   
