Hoofdtekst
’t Woren dor menschen die joengens kregen en die effen an (een na een) dat z’up de wereld kwamen, doodgingen. Bij de gebeurs wos dat ook ezo. D’eerste drie meischges bleven leven, de drie knechtjoenges stierven. ’t Wos toen were e meischge die ziekelijk wos en betoverd. Buten voor de deure ging die toveresse en ze nam ’t ormtje van dat ziek kind en ze zei: "Mariatje, je gaat gij nu wel betern." En in acht dagen liep dat kind en dat e toen oltijd voort gebeterd. Z’e toen heur boeken ofhaald geweest van den oenderpaster. Z’èn toen nog twee joengens gekocht in dat huus en de die èn bluven leven.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een familie wiens kinderen allemaal vlak na de geboorte stierven, was het slachtoffer van toverij. Bij de buren gebeurde bijna hetzelfde; de eerste drie dochtertjes bleven leven, maar de eerste drie zonen stierven. Toen op een dag één van de meisjes ziek was, kwam er een toveres langs, die het armpje van het meisje vastnam en zei: "Jij zal nu wel snel genezen". Acht dagen later was het kind opnieuw kerngezond.
De onderpastoor heeft de boeken van die toveres opgehaald. Daarna zijn in die familie nog twee kinderen geboren, die allebei bleven leven.
De onderpastoor heeft de boeken van die toveres opgehaald. Daarna zijn in die familie nog twee kinderen geboren, die allebei bleven leven.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (vrijbos)
105A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poelkapelle   
