Hoofdtekst
Man achtervolgd door Reuzen.In den tijd Kullie daar ze. Ha, Kullie verteldeg’ons ne keer dat ie ginder van Everbeek kwamp.As ’t ie ginder van veuren aan in d’Heie kwam, ’t kommen daar azo ’n koppel grote mannen achter hem, altoos azo ne meter of drije achter hem. En dieë mens gink altijd voort deur den bos, mee grouwel hein – ‘k hê Kullie dat diksels horen vertellen zille – en ze volgdegen zouder hem altoos op. En as ‘t hij bleef staan, bleven zouder ook staan.As ’t hij ten halven Marientsies dreve kwam hein, - hij hâ ne revolver bij hem – hij trekt diene revolver uit veur te schieten, maar hij en gink nie af, en gink hij.En hij kwam hij mee zijn gat vul grouwel hein jonk, kwamp ie, naar huis hein. En hij douwdege de deur’open en ie smeet de deure toe en hij keek deur de veisters en ’t was daar duvel of mens ne meer te zien.Z’hân zouder hem opgevolgd tot aan de deure.Kullie heeft dat diksels verteld, zille.
Beschrijving
Een boer die terugkwam van Everbeek, werd op de heide gevolgd door enkele mannen. Wanneer de man halt hield, bleven zijn achtervolgers ook staan. De man haalde zijn revolver boven, maar toen hij naar de verschijningen wilde schieten, werkte die niet. De man haastte zich naar huis en sloot de deur achter zich. Wanneer hij naar buiten keek, was er niemand meer te bespeuren.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (zuiden)
5
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Opbrakel   
Plaats van Handelen
Everbeek   
