Hoofdtekst
Mijn moeder is nog maarte geweest in Otegem en ’t spookte daar ook. Als ze de koeien ging gaan melken, die stallen, dat was toen al met persen en dilten hé, met strooi erop gesteken voor de koeien.En als ze daar zat te melken, die persen gingen nere tot op de rugge van de koeien, en ze moeste buiten lopen. En ze was vervaard, en ze ging naar de boerinne; zegt ze: "Waarvan is dadde, dat dat al zo lege komt?" - "Och", zegt de boerinne, "ge moet daar niet naar kijken, ’t is dikwijls alzo", zegt ze, "dat is op de zolder ook alzo, dat is toverie, spokerie". En mijn moeder ging were gaan melken den anderen zondag. En ’t was were alzo: als ze begoste te melken, die persen en die dilte kwam neer beneden.En ze heeft nooit niet meer willen gaan, ze was veel te vervaard.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een vrouw werkte als meid op een bespookte boerderij in Otegem. Wanneer de meid op zondag de koeien aan het melken was, kwamen de houten balken naar beneden tot bij de rug van de koeien, zodat de dieren naar buiten liepen. De meid vertelde alles aan de boerin, die zei: "Oh, je moet daar niet op letten. Dat is toverij of spokerij". Omdat die vreemde dingen iedere zondag opnieuw gebeurde, wilde het meisje uiteindelijk niet meer op die boerderij werken.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
278
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Deerlijk   
Plaats van Handelen
Otegem   
