Hoofdtekst
We hadden een paardenknecht en den dien zijn kinderen schreidegen azo op ne keer; en onze knecht zei: “’k Ga toch ne keer kijken, hoe dat daar niemand niet en zit”, en die toveresse zat er in den hoek bij!
Beschrijving
Een paardenknecht wiens kinderen de hele tijd huilden, zei: “Ik ga toch eens kijken of er niemand bij die kinderen zit”. De knecht zag een toveres in de hoek van de kamer.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
326
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aspelare   
