Hoofdtekst
In Gessel zat ’t een heks. Die had een dochter en alle lêste vrijdagen bluêide die aon haân en voeten. Da hêt zoê geduurd tot ze ongeveer derit jaor aâd was, toen is ze gestörven. De Dötsers kwampen dao hinnen op beevaort mee geweld. Dan stapten ze af in Schulen en kwamen ze van dao öt nao Gessel. De minsen van Lummen lachten de Dötsers altêd öt omdat ze op beevaort gingen nao de dochter van een heks. De pastoêr van Lummen zee tegen de minsen: "Ge moogt dao nie komen." Mar onder den iêste wereldoorlog hemmen de Dötsers ’t er veul doêdgeschoten in Lummen. Ze zeeën dat dao veul officieren bij waren die vruêger op beevaort kwamen nao Gessel en dat die kaod waren omdat de minsen van Lummen hun altêd ötlachten.
Beschrijving
In Gestel woonde een heks wiens dochter elke laatste vrijdag van de maand bloedde aan haar handen en voeten. Op dertigjarige leeftijd is de dochter gestorven. Veel Duitsers kwamen op bedevaart naar het meisje uit Gestel. De pastoor van Lummen verbood de mensen om bij de heks in de buurt te komen. De inwoners van Lummen lachten de Duitsers uit omdat ze op bedevaart gingen naar een heks. Tijdens de eerste wereldoorlog hebben de Duitsers veel mensen uit Lummen doodgeschoten. Onder de daders waren veel officieren die vroeger naar Gestel op bedevaart waren geweest. De mensen geloofden dat die officieren wraak wilden nemen op de mensen die hen hadden uitgelachen.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (beringen en omstreken)
541
Vóór en tijdens WOI
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitser   
Naam Locatie in Tekst
Deurne   
Plaats van Handelen
Gestel   
Lummen   
