Hoofdtekst
In Wèzet was een vrouw, die had een kind gekregen en de schoonmem kos de schoonzoon niet lijden. Wei (toen) het eerste kind kwam, kwam een hand uit de buis van de waterleiding en toen was het kind dood. Het volgend jaar was het weer hetzelfde, maar de schoonzoon had de mem (moeder) niet gezien en toen dacht er: 'Nu moet ich oppassen en wei (toen) het tweede kind kwam pakte er ene bijl - en de hand kwam do weer uit - en huw (sloeg) met de bijl de hand af. En toen had de mem een hand af. Dat had zij gelapt aan haar eigen dochter. Dat is zeker dat ze een heks was.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een vrouw uit Wèzet had pas een kindje gekregen. Uit de waterleiding verscheen plots een hand die het kindje doodkneep. Toen er het volgend jaar weer een kindje was geboren en de hand weer uit de waterleiding tevoorschijn kwam, hakte de vader met een bijl de hand af. Even later stelde hij vast dat zijn schoonmoeder haar hand was kwijtgeraakt.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
418
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mopertingen   
Plaats van Handelen
Wèzet   
