Hoofdtekst
Verwa dat dat 'zwatte wei' heet... tcha, 'zwa(r)tgoederen' dat waren goederen wa de Joden gepak(t) hadden van de kerek of van kloosters; en de Joden, die hebben over jaren, over vijftig jaar terug, voor den josten (= eersten) oorlog, hebben ze dat verkoch(t) gehad. En die wei was van de Joden, en dat was 'Moas' van Rutten wa dat gekoch(t) he(ef)t. En toen zeien de pastoors: 'dat zal toch nooit gee(n) geluk brengen as ze zwa(r)tgoed kopen!' de pastoors in dien tijd, - dat had ene slechte naam - mè, in Lauw hebben ze honderd ha verkoch(t), mè dat was vroeger, ze! dat waren gepagde (= gestolen) goederen vroeger.Op 'Zwatte wei', doa wassen ook geen böum (= bomen) op, doa hebben nooit geen böum in gestaan. Nu ja, appelböum... mè, in 't joste (= eerste jaar) da ze geplant gewees(t) zijn, hadden ze op Meidag 's moreges allemaal de kop uit; weet ich heel goed! Dat waren minse van Rutten wa dat nie wilden dat doa ene boom in geplant jonde (= werd). De kerek had het beter eiges (= zelf) gekoch(t), dan was het kerek, zjus wei kapelwei.
Beschrijving
Vóór de eerste wereldoorlog heeft een zekere M. in Rutten een weide gekocht van joden. Die weide werd later de 'zwarte weide' genoemd. De pastoor voorspelde dat de man nooit geluk zou hebben met zijn weide. Er hebben inderdaad nooit bomen op die weide gegroeid. Tijdens het eerste jaar had M. wel appelbomen geplant. Op één mei hadden de dorpsbewoners de bomen echter allemaal ontworteld omdat ze niet wilden dat er in die weide iets werd geplant.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (tongeren en omstreken)
R116
Vóór WOI
fabulaat
Naam Overig in Tekst
jood   
één mei (feestdag)   
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
Plaats van Handelen
'zwarte weide' (Rutten)   
Rutten   
