Hoofdtekst
Ich heb de maar eens op mich gehad. Dat was 's nach(t)s eens in 't bed. Ich kon nie stil liggen in 't bed! Dat was iet wa oech (= U) plaagde. Maar as zje oer sloefe (= pantoffels) goed zat (= zette) aan het bed, dan kon ze op. Maar as zje oer sloefen a(ch)terste voor zat aan het bed, dan kon ze nie aan oech (= U). Toen heb ich doa aan gedach(t) en ich heb mijn sloefen andersom gedraaid en toen was het gedaan. Sinds zet ich mijn sloefen altijd zo en het is nooit mee kome( = gekomen).
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Op een nacht werd een man geplaagd door de maar, die hem een benauwd gevoel gaf. Sindsdien zette de man zijn pantoffels altijd achterstevoren naast het bed, zodat de maar niet meer aan hem kon.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
253
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Koninksem   
