Hoofdtekst
I=Rachèl Gerrits R=Amy Hartevelt
I. Je zei dat je een verhaal had over beschermengelen?
R. Ja.
I. Geloof je in beschermengelen?
R. Ja. Sinds een jaar of zeven. Zes of zeven jaar geleden werd ik heel erg ziek en ja dat ging een hele tijd aan vooraf. Er zijn vroeger wel aanwijzingen geweest, dat ik waarschijnlijk wel wat had. En op m'n 20e kwamen ze daar achter: Ik had dus een erfelijke leverafwijking enne... nou ja goed , ik kwam dus in het ziekenhuis terecht op een gegeven moment en ja... Het zag er gewoon heel slecht uit. En ik zag er van mezelf gewoon wel heel gezond uit, ik was alleen heel erg dik geworden door vochtophoping en dat soort dingen; Ik zag geel; van je lever ga je geel zien. En ik heb zeven weken daar gelegen. En op een gegeven moment zeiden ze; nou we kunnen niks meer doen, je hebt nog maar een maand of drie, zoiets... Ze wilden dan transplanteren maar dat kon niet omdat ik een bloedingstijd had van tien minuten en dat durfden ze niet aan. Dan zou ik alsnog doodbloeden. En toen hebben ze dus één of ander medicijn gehaald uit Amerika, dat hebben ze op mij uitgeprobeerd, ja dat sloeg helemaal niet aan in het begin. Ik werd ook steeds slechter. Nou op een gegeven moment, na een maand of drie, ging het weer eens beter. Dat voel je zelf. En ik moest echt iedere dag - ik woonde in Leiden - naar het academische ziekenhuis in Leiden. Dus ik ging iedere dag heen en weer inplaats van dat ik daar bleef slapen. En het ging steeds beter! En die arts zegt van: Nou dit kàn niet! En... nou ja daar gaan natuurlijk maanden overheen. 't Ging steeds beter: Ik ging naar school. Ik kon weer dingen doen - Ik kon ook helemaal niet meer lopen. Ik kon helemaal niks meer - En twee jaar geleden ben ik opnieuw geopereerd. En normaal als iets dood is, natuurlijk, is het dood. Mijn lever was helemaal verschrompeld, allemaal dooie cellen en er was niks mee te doen. En toen hebben ze twee jaar geleden eh opnieuw gekeken en toen was het dus helemaal aangegroeid. Hij is dus, zeg maar , net zo weer, als dat die van jou nu is. Nou ra, ra hoe kan dat?
I. en?
R. Ja, nou dat is voor mij, dat was voor mij de reden om te zeggen: je had het niet. En ik zei: Ja, dááág, ik wil nog niet, ik wil nog niet weg! En dat het dan ineens beter gaat, dan moet die operatie... Ze zeiden ook, toen hebben ze ook geopereerd toch, van: Nou, waarschijnlijk zie je het daglicht niet. Toen zei ik ook van: Nou, sorry, maar dat geloof ik niet! Ik zie je straks wel weer. Nou en ik kwam gewoon bij alsof er niks aan de hand was en ik was ook zo wakker en... Ja allemaal dat soort dingen. Het zijn daarna die kleine dingen eh, dat voor mij in elk geval zoiets is: Dat kan gewoon niet zomaar. En het kwam niet alleen maar door medicijnen.
I. Waar kwam het dan door?
R. Het is natuurlijk ook geloof in jezelf ook, maar ik geloof wel dat er iets op mijn schouder zit. Dat is niet de eerste keer. Ik heb vroeger ook dingen gehad: Toen ik reed, toen ik er afviel, ging het paard bovenop m'n keel staan. Toen dachten ze ook; ik liep al helemaal paars aan, toen dachten ze ook: die is er geweest. Maarja het ging gewoon vanzelf weer weg en dat was ook van: Ja, hoe kan dat?
Meer dingen: Dat je onder een auto loopt, tenminste dan weer nèt niet, het is nèt of iets je tegenhoudt. Als het nu net drie seconden eerder was geweest dan... Ja, dan ben je gewoon wèg. En dat zijn allemaal dingen, er zijn meer voorbeelden, maar dìt. Dat vind ik ...terwijl ik er ook wel altijd wel van overtuigd was dat er iets anders was, maar toen wist ik het zeker. En ik geloof er nog steeds in.
I. Maar je was er altijd al van overtuigd vóórdat je ziek was ook?
R. Ja, ik heb zóveel ja, ik heb zoveel dingen gehad eh, dingen breken, ongelukken alles en iedere keer liep het gewoon weer goed af. Weet je, als het één keer gebeurt; dat is toeval, twee keer misschien ook maar niet twintig of dertig keer, wat ik gehad heb. Dat geloof ik niet. Dus daarom, voor mij is er gewoon iets. En anderen kunnen me voor gèk verklaren maar ik geloof daar echt in!
I. Hoe ver gaat dat geloof, want je zegt: er zit iets op m'n schouder?
R. Nou ja...
I. Blijft het, houd je het erbij: er zit iets op m'n schouder of doe je er nog iets mee?
R. Nee, het zit daar, dus alles gaat goed. Dat is mijn geloof. Maar ik doe daar verder niks mee. Ik zou niet weten wat ik daar verder mee... Tenminste ik weet niet waar je verder op doelt?
I. Nou, misschien dat je er nog contact mee hebt op een bepaalde manier?
R. Nee. Nou... of: het lijkt nèt of het er ìs als er iets gaat gebeuren. Alsof ik een seintje krijg, zeg maar, van te voren. En als je dàt onder contact verstaat, dan is dat contact, ja ik voel het ècht.
I. Ja, je voelt van te voren zeg maar zo van: er komt nú een auto aan... en dan...
R. Ja, ook met die operatie twee jaar terug dat ze allemaal zó gespannen waren en 'O jee' en 'als het er maar goed uitziet' nou... Ik was zó relaxed en al die patiënten kregen slaappillen 's nachts om te slapen. Ik zei: jongens ik heb dat niet nodig. Ik zei: het gaat allemaal hartstikke goed en het was een voorbeeldige operatie verder. Ik kwam bij en gelijk eten en het was gewoon nèt of er niks gebeurd was. Dat had ik van te voren al gezegd. En die arts hing dus boven m'n bed van: nou dit kàn niet en we geloven het niet wat we zien en 'je zit raar in elkaar!'
Ja, en ik had zoiets van: Ik wist het al. Dat is voor mij mijn geloof erin. Nou wat ik net zei: Dat ik het gevoel heb dat ik een seintje krijg bij bv. een auto. Het kòmt goed, of er gaat nú wat gebeuren. Dat soort dingen, dat heb ik wèl. Maar verder niet dat ik dingen zìe ofzo, geen.... Nee. Nee, alleen het gevoel.
Ja en ik geloofde er eerst ook niet in, dacht ik ook, van nou ja, het kan niet. Maar als dat zó vaak gebeurt en dit soort dingen dat je het vóelt van te voren, het komt goed en het gebeurt ook iedere keer... Ja, hoe moet je het dan verklaren? En volgens mij ben ik echt een van de weinigen die erin gelooft. Ik word soms voor gek verklaard... Maarja als anderen er geen verklaring voor hebben, waar komt het dan vandaan? Ik weet het ook niet; daarom geloof ik erin!
I. Je zei dat je een verhaal had over beschermengelen?
R. Ja.
I. Geloof je in beschermengelen?
R. Ja. Sinds een jaar of zeven. Zes of zeven jaar geleden werd ik heel erg ziek en ja dat ging een hele tijd aan vooraf. Er zijn vroeger wel aanwijzingen geweest, dat ik waarschijnlijk wel wat had. En op m'n 20e kwamen ze daar achter: Ik had dus een erfelijke leverafwijking enne... nou ja goed , ik kwam dus in het ziekenhuis terecht op een gegeven moment en ja... Het zag er gewoon heel slecht uit. En ik zag er van mezelf gewoon wel heel gezond uit, ik was alleen heel erg dik geworden door vochtophoping en dat soort dingen; Ik zag geel; van je lever ga je geel zien. En ik heb zeven weken daar gelegen. En op een gegeven moment zeiden ze; nou we kunnen niks meer doen, je hebt nog maar een maand of drie, zoiets... Ze wilden dan transplanteren maar dat kon niet omdat ik een bloedingstijd had van tien minuten en dat durfden ze niet aan. Dan zou ik alsnog doodbloeden. En toen hebben ze dus één of ander medicijn gehaald uit Amerika, dat hebben ze op mij uitgeprobeerd, ja dat sloeg helemaal niet aan in het begin. Ik werd ook steeds slechter. Nou op een gegeven moment, na een maand of drie, ging het weer eens beter. Dat voel je zelf. En ik moest echt iedere dag - ik woonde in Leiden - naar het academische ziekenhuis in Leiden. Dus ik ging iedere dag heen en weer inplaats van dat ik daar bleef slapen. En het ging steeds beter! En die arts zegt van: Nou dit kàn niet! En... nou ja daar gaan natuurlijk maanden overheen. 't Ging steeds beter: Ik ging naar school. Ik kon weer dingen doen - Ik kon ook helemaal niet meer lopen. Ik kon helemaal niks meer - En twee jaar geleden ben ik opnieuw geopereerd. En normaal als iets dood is, natuurlijk, is het dood. Mijn lever was helemaal verschrompeld, allemaal dooie cellen en er was niks mee te doen. En toen hebben ze twee jaar geleden eh opnieuw gekeken en toen was het dus helemaal aangegroeid. Hij is dus, zeg maar , net zo weer, als dat die van jou nu is. Nou ra, ra hoe kan dat?
I. en?
R. Ja, nou dat is voor mij, dat was voor mij de reden om te zeggen: je had het niet. En ik zei: Ja, dááág, ik wil nog niet, ik wil nog niet weg! En dat het dan ineens beter gaat, dan moet die operatie... Ze zeiden ook, toen hebben ze ook geopereerd toch, van: Nou, waarschijnlijk zie je het daglicht niet. Toen zei ik ook van: Nou, sorry, maar dat geloof ik niet! Ik zie je straks wel weer. Nou en ik kwam gewoon bij alsof er niks aan de hand was en ik was ook zo wakker en... Ja allemaal dat soort dingen. Het zijn daarna die kleine dingen eh, dat voor mij in elk geval zoiets is: Dat kan gewoon niet zomaar. En het kwam niet alleen maar door medicijnen.
I. Waar kwam het dan door?
R. Het is natuurlijk ook geloof in jezelf ook, maar ik geloof wel dat er iets op mijn schouder zit. Dat is niet de eerste keer. Ik heb vroeger ook dingen gehad: Toen ik reed, toen ik er afviel, ging het paard bovenop m'n keel staan. Toen dachten ze ook; ik liep al helemaal paars aan, toen dachten ze ook: die is er geweest. Maarja het ging gewoon vanzelf weer weg en dat was ook van: Ja, hoe kan dat?
Meer dingen: Dat je onder een auto loopt, tenminste dan weer nèt niet, het is nèt of iets je tegenhoudt. Als het nu net drie seconden eerder was geweest dan... Ja, dan ben je gewoon wèg. En dat zijn allemaal dingen, er zijn meer voorbeelden, maar dìt. Dat vind ik ...terwijl ik er ook wel altijd wel van overtuigd was dat er iets anders was, maar toen wist ik het zeker. En ik geloof er nog steeds in.
I. Maar je was er altijd al van overtuigd vóórdat je ziek was ook?
R. Ja, ik heb zóveel ja, ik heb zoveel dingen gehad eh, dingen breken, ongelukken alles en iedere keer liep het gewoon weer goed af. Weet je, als het één keer gebeurt; dat is toeval, twee keer misschien ook maar niet twintig of dertig keer, wat ik gehad heb. Dat geloof ik niet. Dus daarom, voor mij is er gewoon iets. En anderen kunnen me voor gèk verklaren maar ik geloof daar echt in!
I. Hoe ver gaat dat geloof, want je zegt: er zit iets op m'n schouder?
R. Nou ja...
I. Blijft het, houd je het erbij: er zit iets op m'n schouder of doe je er nog iets mee?
R. Nee, het zit daar, dus alles gaat goed. Dat is mijn geloof. Maar ik doe daar verder niks mee. Ik zou niet weten wat ik daar verder mee... Tenminste ik weet niet waar je verder op doelt?
I. Nou, misschien dat je er nog contact mee hebt op een bepaalde manier?
R. Nee. Nou... of: het lijkt nèt of het er ìs als er iets gaat gebeuren. Alsof ik een seintje krijg, zeg maar, van te voren. En als je dàt onder contact verstaat, dan is dat contact, ja ik voel het ècht.
I. Ja, je voelt van te voren zeg maar zo van: er komt nú een auto aan... en dan...
R. Ja, ook met die operatie twee jaar terug dat ze allemaal zó gespannen waren en 'O jee' en 'als het er maar goed uitziet' nou... Ik was zó relaxed en al die patiënten kregen slaappillen 's nachts om te slapen. Ik zei: jongens ik heb dat niet nodig. Ik zei: het gaat allemaal hartstikke goed en het was een voorbeeldige operatie verder. Ik kwam bij en gelijk eten en het was gewoon nèt of er niks gebeurd was. Dat had ik van te voren al gezegd. En die arts hing dus boven m'n bed van: nou dit kàn niet en we geloven het niet wat we zien en 'je zit raar in elkaar!'
Ja, en ik had zoiets van: Ik wist het al. Dat is voor mij mijn geloof erin. Nou wat ik net zei: Dat ik het gevoel heb dat ik een seintje krijg bij bv. een auto. Het kòmt goed, of er gaat nú wat gebeuren. Dat soort dingen, dat heb ik wèl. Maar verder niet dat ik dingen zìe ofzo, geen.... Nee. Nee, alleen het gevoel.
Ja en ik geloofde er eerst ook niet in, dacht ik ook, van nou ja, het kan niet. Maar als dat zó vaak gebeurt en dit soort dingen dat je het vóelt van te voren, het komt goed en het gebeurt ook iedere keer... Ja, hoe moet je het dan verklaren? En volgens mij ben ik echt een van de weinigen die erin gelooft. Ik word soms voor gek verklaard... Maarja als anderen er geen verklaring voor hebben, waar komt het dan vandaan? Ik weet het ook niet; daarom geloof ik erin!
Onderwerp
TM 5002 - Beschermengel biedt bijstand   
Beschrijving
Er wordt een ernstige ziekte geconstateerd bij een vrouw. Prognose is drie maanden. Toch blijft de vrouw geloven dat het goed komt, dat weet ze zéker. En inderdaad knapt ze op. Als ze na twee jaar weer geopereerd wordt, blijkt haar lever, die helemaal verschrompeld was, weer aangegroeid te zijn. Vertelster schrijft dit (en andere gebeurtenissen) toe aan een soort beschermengel.
Bron
Bandopname
Commentaar
8 februari 1999
Beschermengel biedt bijstand
Naam Locatie in Tekst
Leiden   
Amerika   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
