Hoofdtekst
Vader en moeder hadden naar Wytschate naar de Kermesse geweest en ’t wos nogal late oese werekeerden, en oese aan Diependale kwamen, zei min moeder: "Gert aan de kant, ’t komen daar peerden of, ze gaan oes overrijden." Maar min vader hoorde dat niet, en zag da niet wok maar min moeder zag ne. ’t Waren vier grote witte peerden met grote bellen aan, ze kwamen daar te vierklauwe ofgevlogen, en min moeder trok min vader mee naar de kant, maar je voelde hem dat niet, ’t wos maar ollene min moeder die ze zag passeren.
Beschrijving
Een man en een vrouw kwamen 's avonds terug van de kermis in Wijtschate. Bij Diependale sprak de vrouw plots tot haar man: "Ga aan de kant, want daar komen paarden aangelopen. Anders zullen ze ons overrijden". De man zag of hoorde echter niets. De vrouw zag vier grote witte paarden met bellen.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
122
Ouders van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zillebeke   
Plaats van Handelen
Diependale (tussen Wijtschate en Voormezele)   
Wijtschate   
