Hoofdtekst
Variante: Nog eens te Keulen in een wijnkelder: jongen ziet zijn meisje vertrekken en volgt haar.Dat was een boerenknecht en die ging verkeren. Dat was bij een weduwe en haar dochter. En die had horen zeggen dat die kosten heksen. Dat moet ik te weten geraken dacht hij. Hij deed of hij was smoordronken. En hij ging binnen en daar ging hij liggen slapen. En hij bleef maar slapen en maar snurken tot 12, 1 uur tot die heksen gingen een dans uitvoeren. En die gingen naar een ouderwetse boerenschouw. Daar hing zo een kloon boven. En ze tastten in die kloon en ze vlogen door de schouw. En die dacht: ik ook. En die knecht ook door 't schouw. En die kwam op een plein. En die moeder en die dochter zaten daar op een zwarte hengst. In de wei stond noch een nuchtere meutte en daar ging hij op zitten. Die zeiden: "Over haag en heg, te Keulen in een wijnkelder." Hij zei: "Door haag en heg, te Keulen in een wijnkelder." En hij moest door de dorens. Overal werd hij door gesleurd en helemaal verhakkeld kwam hij aan.
Beschrijving
Een knecht had een relatie met de dochter van een weduwe. Omdat de knecht had horen zeggen dat het meisje en haar moeder heksen waren, wilde hij het fijne van de zaak te weten komen. In het huis van zijn vriendin deed de knecht alsof hij dronken in slaap was gevallen. Tussen middernacht en één uur liepen moeder en dochter naar de schoorsteen, waar ze een klomp bovenhaalden. Ze tastten in de klomp en vlogen door de schouw. De knecht vloog hen achterna en zag moeder en dochter op een zwarte hengst zitten, terwijl ze zeiden: "Over haag en heg, te Keulen in een wijnkelder". In een weide stond een kalf. De knecht ging op het kalf zitten en zei: "Door haag en heg, te Keulen in een wijnkelder". De knecht werd door doornen gesleurd en kwam zwaargewond op zijn bestemming aan.
Bron
A. Michielsen, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (land van herentals)
323
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bouwel   
Plaats van Handelen
Keulen   
