Hoofdtekst
Die toveregen, dat was hele nachten op strate. Als we naar ’t schole gingen, ’t was deur ’t bus en zij wunde daar bij ’t kapellige, en ’t leien daar ossan schone appels en schone zantjes. “Gaart ’t niet op wè”, zei mama. En ieder keer als we passeerden ’t lag daar etwod.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Toveressen liepen de hele nacht door de straten. Enkele kinderen die door het bos naar school gingen, zagen bij het huis van een heks altijd mooie appelen en bidprentjes liggen. "Raap dat niet op!" zei de moeder van de kinderen altijd.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
301
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Houtkerke   
