Hoofdtekst
Tiesten was nen zuiplap eerste klas, maar hij was ook nen tovenare. Maar zijn strafste toeren haaldige hij uit ot hij were wreed zat ware. Zo wast hij op zekeren dag ‘peirdekrimineel’ zat en hij pakt nen boek (spel) kaarten, schudt ze door mekaar en riept: "Pijkezot komt eruit." De zot sprongt uit de kaarten en vloog zere pardaf tegen een flasse jenever die op den toog stond. En de flasse begost te bewegen en kwam toe bij Tieste die ze leeg dronk. Ook had Tieste nen toverboek maar de pasters hen hem den dienen afgepakt. Maar hij allene koest dienen boek gebruiken omdat hij hem zo zere van achter toe voren of van voren toe achtre koest lezen.
Beschrijving
Een tovenaar uit Knesselare kon vooral goed toveren wanneer hij dronken was. Toen de tovenaar op een dag weer eens stomdronken was, haalde hij een spel kaarten boven en zei: "Schoppenboer, kom eruit!" Even later sprong de schoppenboer uit het kaartspel en sprong tegen de fles jenever die op de toog stond. De fles begon te bewegen en kwam tot bij de tovenaar, die ze leegdronk. De tovenaar bezat ook een toverboek dat hij alleen kon gebruiken omdat hij het van voor tot achter kende. Uiteindelijk hebben de pastoors hem dat toverboek afgenomen.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
418
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Knesselare   
Plaats van Handelen
Knesselare   
