Hoofdtekst
Ich kâm es lôt vanne kermes en kâm nen hond bê ne roeien tessendoek tege. Lôter zôg ich ne joeng bê de stukke tussen zen tân.
Onderwerp
SINSAG 0805 - Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).   
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een vrouw die laat terugkwam van de kermis, zag een hond met een rode zakdoek in zijn muil. Even later kwam de vrouw een jongen tegen, die de rode vezels van de zakdoek tussen zijn tanden had.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (herk-de-stad)
886
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schakkebroek   
