Hoofdtekst
Lang geleden kwam er eens een kar met vis door Weert gereden. Hoe het kwam, kan niemand vertellen, maar er is toen een rog van de wagen gevallen en die lag toen midden op de weg. Niemand had ooit zo'n afschuwelijk beest gezien. En niemand durfde er kort bij te komen. Iedereen was er bang voor en tenslotte was er toch iemand zo kloek om de vis met een haak te steken en toen sloegen ze er allemaal op los en vandaar zeggen ze nog Roggestekers en er is ook een gedicht op:De burgerij van Weertwas van een dooie rog verveerd.
Beschrijving
Toen er op een dag een kar met vis door Weert reed, viel er per ongeluk een rog van de kar. Omdat de mensen nog nooit een dergelijk dier hadden gezien, durfden ze niet dichterbij te komen. Na een tijdje had toch iemand de moed om de vis met een haak te steken. Omdat daarna iedereen er op los sloeg, werden de inwoners van Weert 'roggestekers' genoemd.
Bron
T. Daniëls, Leuven, 1965
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (weert en omstreken)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
roggestekers (inwoners van Weert)   
Naam Locatie in Tekst
Weert   
Plaats van Handelen
Weert   
