Hoofdtekst
Verzonken kastelen, op één nacht dat was weg. Dat was van de Ridderheren, zij gingen uit en iedereen die geen goêndag zei, moste aan de galge. En die heren hebben verzonken met kasteel en al. En al dat er overbleef was een groten pit.
Onderwerp
SINSAG 1144 - Das versunkene Kloster; versinkt wegen der Schlechtigkeit der Mönche.   
Beschrijving
Op een kasteel woonden wrede ridders die alle mensen die hen niet groetten, lieten ophangen. Op een dag is dat kasteel met zijn inwoners in de grond gezakt.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (franse grens)
565
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Proven   
