Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FVANH0091_0091_17755

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

Ja, doodkeersen zeggen de mensen, maar dat zijn geen doodkeersen zulle, want ze zijn levend! Ze springen van den enen tak op den anderen. En als ’t genen zwaren tak is, als die doodkeerse daar op springt, die takken gaan schone nere van ’t gewichte. En ‘k heb mijn vader nog horen vertellen dat hij dikwijls moeste uitscheiden van werken, omdat er ’n doodkeerse bij hem kwam zitten. Hij was dikwijls in de winter nog rond ten achten bezig met hout kappen of zoiets; maar als ‘t ’n beetje over den achten was, hij koste niet meer voort kappen, want waar dat hij wilde kappen zat er ’n doodkeerse om te beletten dat hij kapte.Ach ja, wie zoud er durven op zuk ’n doodkeerse slaan hé. En hij moeste ophouden van werken.

Beschrijving

Doodkaarsen sprongen van de ene tak op de andere.
Een man die 's avonds om acht uur nog hout aan het hakken was, moest ophouden met werken omdat er een doodkaars naast hem was komen zitten. Op zo'n kaars mocht men immers niet slaan.

Bron

F. Van Houdenhove, Leuven, 1967

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
36
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Deerlijk    Deerlijk