Hoofdtekst
Van de mare bereen zijn? ’t Is ’t bloed dat stille blijft staan; g’hoort alles rond u maar ge kunt niet bougeren en niet spreken en als ze lui uwe namen zeggen is ’t gedaan.Vader was te Libbrecht en ze sliepen met tweeën in ’t zelfde bedde en waren dikwijls van de mare bereen. Als ze luide ulder name riepen was ’t gedaan. Z’hangden vlas boven ulder bedde, ’t was vijgeplat geduwd. ’t Was de mare, zeien ze. ’t Boerevrouwevolk liep met een mes in een handdoek om zogezeid de mare te vinden.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Mensen die door de maar werden bereden, hadden een stilstand van het bloed. Ze hoorden alles rondom zich, maar konden niet bewegen of spreken. Als men de naam van die persoon noemde, dan was hij of zij verlost van de maar.
Op een boerderij in Libbrecht sliepen twee knechten in hetzelfde bed. Omdat die knechten vaak door de maar werden bereden, hingen ze vlas boven hun bed. Het vlas was de volgende dag helemaal platgeduwd.
De boerinnen liepen vaak rond met een mes in een handdoek om op die manier de maar te vinden.
Op een boerderij in Libbrecht sliepen twee knechten in hetzelfde bed. Omdat die knechten vaak door de maar werden bereden, hingen ze vlas boven hun bed. Het vlas was de volgende dag helemaal platgeduwd.
De boerinnen liepen vaak rond met een mes in een handdoek om op die manier de maar te vinden.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (zuiden)
186
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rollegem   
Plaats van Handelen
Libbrecht   
