Hoofdtekst
Toen ik een kleine jongen was heeft m’n vader me meermalen het volgende verteld. Zijn tante woonde in een huis dat gebouwd was in de 16e eeuw. Ze woonde daar alleen, Moeie Kee. Op zekeren avond zat ze bij de kachel en er werd op de deur geklopt. Ze ging zien wie er was, en er stapte een klein mannetje binnen met een hogen hoed op. Zonder spreken ging dat mannetje naar de schouw, klopte een paar keer tegen een steen en ging weer weg. Dat herhaalde zich verschillende malen. Later toen het huis van Moeie Kee afgebroken werd hebben ze achter de steen waarop het kaboutertje klopte vreemde geldstukken gevonden.
Beschrijving
Een vrouw woonde alleen in een huis uit de zestiende eeuw. Toen de vrouw op een avond bij de kachel zat, werd er op de deur geklopt. De vrouw deed open en zag een klein mannetje met een hoge hoed binnenkomen, dat zwijgend naar de schoorsteen ging, enkele keren tegen een steen klopte en vervolgens weer wegging. Toen het huis van de vrouw werd afgebroken, heeft men achter die steen vreemde geldstukken gevonden.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.2 Aardgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
35
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
