Hoofdtekst
X: Maar, ze koutten hier veel van die witte dame van de Beukendreef hé?A: Ah, ja, ja, ja. Ik ben geboren niet ver van daar, zie je’t. Maar volgens de verhalen en allemaal, dat is die boeken, die witte dame zou toen ook gezien geweest zijn zeker. Entwaar een met een wit hemd aan en ja ook. En die hoek had de naam van ’t Vergif, voor naar ’t schijnt dat er en ja koeien vergeven geweest waren. Zie je’t. In die weiden daar en dat dat toen zou de naam gekregen hebben van de Vergifhoek.X: En die witte dame, wat deed…A: Wandelde daar zeker in die Beukendreef zeker né. Volgens dat ‘k nog gehoord heb, dat zij wandelde in de Beukendreeg. Maar vaneigen dat de mensen niet meer durfden roeren, niet meer durfden spreken, in de dijk lopen voor zich te duiken, zie je. Dat was ook entwaar een grappenmaker met entwaar een wit hemd of een slaaplaken op zich. En die dat gezien had, ja, vaneigen ging niet dicht gaan. Ge kondt nooit juist weten wat dat ’t was wê. Ja, die Beukendreef heb ik goed geweten wê. Er zijn er ook niet veel meer die ze goed geweten hebben, maar doordat ik juist maar op honderd meter woonde. En ‘k ging nog naar school niet als ze ze omgesmeten hebben…
Beschrijving
In de Beukendreef zou men ooit een witte dame hebben zien wandelen. Wellicht as het een grapjas die een wit hemd of een slaapkleed droeg.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
9
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Beukendreef (Beselare)   
