Hoofdtekst
Tja, al die bokkerijders werden verbrand of kregen twintig jaar prison en de kinderen werden geinterneerd. En B. had zo een manneke en dat was in Zelem en toen gingen ze wandelen met die kinderen en 's avonds komt daar een niet thuis en daarbij vragen. Wie is 't laatste daarbij geweest. Tja! B. Toen hadden ze hem tussengenomen... toen had hij 't ander manneke doodgestoken en achter een kant achter een struik wat takken en wat bladeren erop gegooid. Dat zit erin. 'Waarom hebt ge dat gedaan?' 'Tja, ik wou zien wat gezichten dat dat manneke trok', zei hij. Dat was de zoon van de kapitein van Wellen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bokkenrijders werden verbrand of voor twintig jaar naar de gevangenis gestuurd. De kinderen van de rovers gingen naar een instelling. Zo verbleef het zoontje van Butenaars, de kapitein van de bokkenrijders van Wellen, in een instelling in Zelem. Tijdens een wandeling stak de jongen een ander kind dood.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
4. Historische sagen
midden-limburgs
o
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
