Hoofdtekst
E stoend op de dunen me ze luchtje en e deed teken no de visschers die passeerden. De visschers zein ’t gaot iets gebeuren. Me zoen (we zouden) beter nie uitgaon.
Beschrijving
De eeuwige kruier stond met zijn lichtje op de duinen en maakte gebaren naar de vissers die voorbijkwamen. Daardoor dachten de vissers dat er iets zou gebeuren. Ze vonden het beter om niet te vertrekken.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (bachten de kupe)
173
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
De Panne   
