Hoofdtekst
‘k Heb nog horen vertellen van mijn vader en hij zei dat ’t waar gebeurd is.’t Was ‘nen boer en hij ging met zijn boter naar Kortrijk naar de markt en onderweg, hij zag daar ’n ander boerenhof en hij zegt: "’k Zou hier wel ’n beetje kafie gaan drinken". En hij ging binnen. En die keerne stond daar te draaien! En hij roepen, maar ’t was niemand niet te zien!En hij bekijkt dat alzo, hoe dat dat ging, en hij zag daar ’n rood lapke op die keerne liggen. En hij pakt dat lapke af en die keerne viel stille. "Allé, dat is aardig!" zegt ie. En hij lei dat lapke were daarop en de keerne ging were. "Verdomme", zegt ie, "dat zou goed zijn voor mij: met dat rood lapke heb ‘k geen koeien meer nodig!" en hij stak dat lapke in zijn mande en hij ging naar de markt. En hij kwam were thuis en hij vertelde dadde.Maar ’s anderdaags, hij kwam van zijn land ’s navonds, en hij kwam ’n vrouwe tegen, heel in ’t zwarte, en ze zegt: "Gaat ge dat stuk hier tekenen?" zegt ze. "Tekenen?" zegt ie. "Ja", zegt ze. "Jamaar, ’t is donker!" zegt ie. Maar op ’t moment was ’t klaar, heur ogen gaven lijk lucht! En zegt ze: "Is ’t nu klaar genoeg?" – "Ja’t", zegt ie, "’t is klaar genoeg, maar ‘k ga niet tekenen!" – "Ewel, ‘k ga u vinden!" zegt ze en hij ging naar huis.En ’s anderdaags ’s nuchtends, de koeien waren allemale met ulder’ne steert gebonden, en al de kiekens waren gepluimd, en ’t begoste hem te spijten dat hij niet getekend had.En hij ging naar de paster. En de paster, ach ja, hij regleerde al die zaken nietwaar, en ze staken dat lapke weg onder de grond, en ’t was gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een boer die boter naar de markt van Kortrijk moest brengen, ging onderweg binnen in een boerderij in de hoop daar een kop koffie te mogen drinken. De boer zag het botervat draaien, hoewel er niemand te bespeuren was. Op het botervat lag een rood doekje. Wanneer de boer het doekje wegnam, stopte het botervat met draaien. Zodra hij het doekje teruglegde, begon het vat opnieuw te draaien. De boer was onder de indruk, stopte het doekje in zijn zak en vervolgde zijn weg naar Kortrijk.
Toen de boer de volgende dag terugkwam van zijn veld, kwam hij een in het zwart geklede vrouw tegen, die hem vroeg een formulier te ondertekenen. "Het is hier te donker", antwoordde de boer. Zijn woorden waren nog maar net koud, of het leek wel alsof de ogen van de vrouw licht gaven. Toch weigerde de boer opnieuw het formulier te ondertekenen. "Ik zal je wel weten te vinden", zei de vrouw.
De volgende ochtend stelde de boer vast dat zijn koeien met hun staart aan elkaar waren gebonden en dat zijn kippen allemaal gepluimd waren. Toen de pastoor het rode doekje had begraven, kwam er een einde aan de vreemde gebeurtenissen.
Toen de boer de volgende dag terugkwam van zijn veld, kwam hij een in het zwart geklede vrouw tegen, die hem vroeg een formulier te ondertekenen. "Het is hier te donker", antwoordde de boer. Zijn woorden waren nog maar net koud, of het leek wel alsof de ogen van de vrouw licht gaven. Toch weigerde de boer opnieuw het formulier te ondertekenen. "Ik zal je wel weten te vinden", zei de vrouw.
De volgende ochtend stelde de boer vast dat zijn koeien met hun staart aan elkaar waren gebonden en dat zijn kippen allemaal gepluimd waren. Toen de pastoor het rode doekje had begraven, kwam er een einde aan de vreemde gebeurtenissen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (tussen schelde en leie)
368
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Heestert   
Plaats van Handelen
Kortrijk   
