Hoofdtekst
Mijn petje moste nor Langemark e begravinge gon vragen. Otten hier an ’t Zwortegat komt, komten èn here tegen en dien here vroeg: "Vriend ga je gon wandeln?" "Dat gaat je niet an", zei mijn petje. "God beware je", zei den andern. "O ‘k ik van God bewaard zijn moet ‘k ik niet van joen bewaard zijn" enne ging voort. Otten gildig ( een tijdig) weg wos, wos er ol twee kanten e reke bomen en water. En otten in Langemark up dat hof kwam wor datten moste zijn, riep de boer: "Hei, Diesten, stop!" En je stopte want ne stoend juuste voor de pit. Enne ging erin lopen had die boer niet geropen. Enne wos toen were bij zijnzelven. Enne wos hij bedwelmd.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een man moest in Langemark een begrafenis gaan regelen. Toen de man bij 't Zwartegat kwam, zag hij een heer aankomen, die vroeg: "Vriend, ga je wandelen?" De man antwoordde: "Dat gaat jou niets aan", waarop de heer zei: "God beware je". Daarop zei de man: "Als ik door God wordt bewaard, hoef ik niet door jou te worden bewaard" en ging voort. Wat verderop zag de man langs beide zijden naast zich een waterloop en een rij bomen. Toen de man op de boerderij in Langemark kwam, riepen de mensen daar: "Hé, stop!". De man hield halt en zag dat hij vlak vóór een put stond.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (vrijbos)
37D
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Zwartegat   
Naam Locatie in Tekst
Klerken   
Plaats van Handelen
Langemark   
