Hoofdtekst
Bij de juge ginder hadden ze 'n meid en da was een toverheks. Ja, vroeger hoorde daar veul meer van dan na en ze zegge dat da allemaal leugens zijn, maar dat is nie waar. En onze Jan die was knecht daar. En 's nachts riep da meiske daar (dochter van de juge): "Sè, daar zit ze weer en ze stampt al mijn pötjes in de grond." En dan was daar niks te zien, maar wol zagen ze de pötjes vliegen overal. En nog eens zat ze in den hof en ze riep: "Sè, na wört ze al mijn pötjes wer weg; ze zit daar achter de put." Toen liep de juge met zijn bijl achter de put, maar daar was niks te zien.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Bij een rechter werkte een meid die een toverheks was. De dochter van de rechter riep 's nachts soms: "Kijk, daar zit ze weer en ze schopt al mijn wortelen in de grond". De anderen konden de heks niet zien, maar ze zagen de wortelen wel in het rond vliegen. Een andere keer zei het meisje: "Kijk, ze zit daar in de tuin achter de put!" De rechter liep met zijn bijl naar de put, maar kon de heks niet zien.
Bron
W. Luyts, Leuven, 1956
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps ('land van turnhout')
126
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Turnhout   
