Hoofdtekst
Auwelen zaten in Bree in de auwelekalders. Als ge door Bree gaat, op Gerdingen, daar aan de rechterkant op de wal, daar heb ik met mijn eigen ogen zo'n auwelekalder gezien. Die was zó lang en zó breed, en opzij schuins af, en zo ging die de grond in. Als 'ne boer mest voer, dan was het 's morgens gebreid, dat deden de auwelkes, maar dan stalen die ook, die moesten ook leven. Dat waren zo mennekes, en overdag zaten ze in de grond.
Onderwerp
SINSAG 0069 - Zwerge fordern Abgaben   
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
Beschrijving
In Bree woonden vroeger alvermannetjes in kelders. Op de stadswal langs de weg naar Gerdingen had een man ooit met zijn eigen ogen zo'n kelder gezien. 's Nachts deden de alvermannetjes het werk van de boeren. Nadat ze bijvoorbeeld het veld hadden bemest, gingen ze dan in de boerderij wat voedsel stelen.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (bree en omstreken)
De Breese auwelkes stelen bij de mensen: variant (Bree)
memoraat
De man uit het verhaal, die een kelder van de alvermannetjes had gezien, was de informant zelf.
Naam Locatie in Tekst
Bree   
Plaats van Handelen
Bree   
Gerdingen   
