Hoofdtekst
Van oek ik nog stief kleine wos, wos er toezent altijd geruchte ’s nachts, maar oe we upstonden we zagen nooit niemand. Pertank de tafels en de stoelen dansten in de keuken, en de klinken gingen up en nere, ge weet wel, da waren ton van die klinken waar dat je van buten joene vinger moste deuresteken en ton upheffen. En m’hèn ton naar dat wuveke geweest en ’t hè gekommen, en ’t hè een gebedeke gelezen en dat hèd upgehouden.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In een huis in Beselare hoorde men 's nachts altijd geluiden. De tafels en stoelen dansten en de deurklinken bewogen op en neer. Wanneer de mensen opstonden, was er echter niets te zien.
Uiteindelijk gingen de mensen te rade bij een vrouw die in het huis een gebed kwam lezen. Daarna gebeurden er geen vreemde dingen meer in het huis.
Uiteindelijk gingen de mensen te rade bij een vrouw die in het huis een gebed kwam lezen. Daarna gebeurden er geen vreemde dingen meer in het huis.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
144
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Beselare   
