Hoofdtekst
Moest ik u niet betrouwen, ‘k en zou het u wel niet vertellen, maar vroeger gebeurde er toch iets. Kijk, wij hadden thuis, als mijn moeder nog leefde, een zwart katje, een schoon beestje. Op ne morgen waren we een konijn kwijt en ’t werd op het katje gestoken. Mijn vader smeet het dood, maar de morgen daarop lagen al ons konijnen dood. Dat was natuurlijk den enen of den anderen duivel die in de persoon van dat zwart katje op d’aarde gekomen was.
Onderwerp
SINSAG 0933 - Begegnung mit dem Teufel, welcher verschiedene Gestalten annimmt.   
Beschrijving
In een huis waar men een mooi zwart katje had, was men op een ochtend een konijn kwijt. De kat kreeg de schuld en werd doodgeslagen. De volgende ochtend lagen alle konijnen dood. De kat was één of andere duivel die in de gedaante van een dier op aarde was gekomen.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
3.1 Duivels
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
499
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zegelsem   
