Hoofdtekst
Mijn moeder ging vroeger om zes uur 's morgens naar de mis. Mijn vader was alleen thuis en ik lag in de wieg. Mijn vader liep buiten. Hij kwam in huis en er zit daar een meetse aan die wieg te spelen met mij. Mijn vader was daar bedrogen van dat die in huis gekomen was en met zijn kind zat te spelen. Een beetje nadien was ik zieken ik kreeg 'de koeke'.En hij is met mij 's zondags naar Ooike of Wannegem (Wannegem – Lede) gaan dienen. En ik ben genezen en ik ben nog altijd goed. Hij was ook bij de paters (Augustijnene – Gent) geweest. De pater vroeg of hij ze kende. „Ja, ik ken ze heel goed", zei hij. Zij had toen de naam, ze heette Mie Vleuibok en ze woonde over de overweg om naar Etikhove te gaan en Melden. En de pater zei dat hij er niets mocht aan doen. „Ge moet er niets aan doen, ge moet gebaren of ge niets weet. Maar ze zal niets meer aan u doen". Hij heeft toen gelezen over mij en ze heeft mij niets meer gedaan ook. Maar ge zoudt dat doodsmijten, maar hij mocht er niets aan doen. Dat is ongeveer zeventig jaar, vijfenzeventig jaar geleden. Dat waren vuile mensen.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een man bleef alleen thuis bij zijn kind dat in de wieg lag, terwijl zijn vrouw naar de vroegmis van zes uur was. Toen de man even naar buiten was geweest en daarna opnieuw binnenkwam, zag hij dat er een vrouwtje aan de wieg van het kind stond te friemelen. Korte tijd later kreeg het kind een hartziekte, waardoor de vader op zondag een bedevaart naar Wannegem-Lede ondernam. Daarna genas het kind. De vader was ook naar de paters van Gent geweest, die hem hadden gevraagd of hij de schuldige kende. Daarop had de man geantwoord: “Ja, ik ken haar heel goed”. De paters droegen de man op die vrouw met rust te laten.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
23C
1898
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Leupegem   
Plaats van Handelen
Gent   
Wannegem-Lede   
