Hoofdtekst
Op de 'Graaf' in Tongeren, - nu is doa de ringlaan - zat ze dek (= dikwijls) op een bank, en dan spookte ze doa met e wit laken. En as ze het laken dan afgooide, was ze heel in 't zwa(r)t, en dan kroop ze a(ch)ter ene boom en zje zag ze nog niemee. Doa kwam een groep uit de cinema 'Casino' - 'bo zit ze?' vroeg ene, - 'doa!' - 'ich schiet haar kapot!' Toen riepter: 'Uitgedaan! of ich schiet oech (= U) kapot!' Toen liet ze het laken vallen en ze was weg. Mè die had bük (= boeken) voor te spoken. Voordat ze stereven moeten ze de boek afgeven, anders kunnen ze nie stereven. Ich weet, de pastoor he(ef)t het toch nie willen afnemen. Doa he(ef)t het zeker één overgenomen, ofwel hebben de geestelijken het haar afgenomen. Ze had twee broer, en dat waren witheren, Ja, zeker.
Beschrijving
Op de Graaf in Tongeren kwam de heks Lala met een wit laken spoken. Op een dag kwamen enkele mensen terug van bioscoop "Casino", toen ze riepen: "Doe dat uit of ik schiet je dood!" Daarop liet Lala verschrikt het witte laken vallen. De heks, die notabene de zus was van twee witheren, bezat een toverboek, dat ze moest doorgeven vooraleer ze stierf. De pastoor heeft het boek nooit willen overnemen. Hoe Lala het boek uiteindelijk is kwijtgeraakt, is niet duidelijk.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.3 Toverboeken
limburgs (tongeren en omstreken)
918
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Casino (bioscoop)   
Witheer (pater)   
Naam Locatie in Tekst
Tongeren   
Plaats van Handelen
Graaf (Tongeren)   
Tongeren   
