Hoofdtekst
Pierens moeder wiste dat, dat de menschen dor ossan klapten van Liete Veren. En ’t woren dor twee vromenschen die achter e boendel keuneteten geweest woren en ze mosten dor passeren voor Lietes huus. En d’ene zegt tegen d’andre: "Je moet dor e keer upletten, Liete gaat dor were ston achter die palmhutte." Nu de die die dat zei wos e Kleta Velde en ze wos zij de voorste. En o ze zij juuste voor Verens deure kwam, ’t wos dor ne grote plas water en ’t had niet geregend dorvoren en Kleta moste dor in die plas ston en ze moste zij dor mor dansen met dien zak teten up heur rik o ze wilde of niet. En ommèkeer ze mochte zij toen deuregon. Ze weunde zij in e kleen huzeke in de Passendaalstrate ol de rechterkant.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Twee vrouwen die konijnenvoer waren gaan halen, moesten op de terugweg voorbij het huis van een toveres. Op dat ogenblik sprak één van de vrouwen: "Je moet eens kijken, ze zal daar weer achter die palmhut staan". Even later moest de vrouw die dat had gezegd, vóór het huis van de heks in een plas water dansen met de zak voer op haar hoofd.
Dat daar een plas water stond, was overigens ook al heel vreemd, want het had niet geregend.
Dat daar een plas water stond, was overigens ook al heel vreemd, want het had niet geregend.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (vrijbos)
112E
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Kleta Velde   
Liete Veren   
Naam Locatie in Tekst
Westrozebeke   
