Hoofdtekst
’t Was ’n ki ’n boer en je kwam zat van ’t dorp terug en je zat t’ eten. Vroegere joaren aan de meschen ol ’n gotegat (gat onderaan de muur voor het vuil water weg te doen) en ’t kwam doer ’n schoane bloende katte deure. De boer zei: "Wel, wel, wel, wa zei boer Mathijs tegen mij, wa schoane blonde katte zij gij…”
Onderwerp
SINSAG 0603 - Andere Begegnungen mit sprechenden Katzen.
  
Beschrijving
Een boer die dronken was teruggekomen van het dorp, zat in zijn huis te eten. Op zeker ogenblik kroop er een beige kat langs het afvoergat voor het water naar binnen. Toen de boer de kat had aangesproken, antwoordde het dier: "Wel, wel, wel, zei boer X tegen mij, wat een mooie beige kat ben jij!"
Bron
C. Dewaele, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (oostkust)
169
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ramskapelle   
