Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

PVAND0246_0246_20797 - De galgejongen.

Een sage (mondeling), 1968

Hoofdtekst

’t Was daar ne jongen en je was ipgebracht bij twee gebroers, twee jonkheden, en dedie hân de galgejongen. En da zat in een dozeke. ‘k Kanne da best vergelijken met n’een duizendpoot, en ze moesten een sneetje geven in ulder ne pols en die galgejongen moesten bloed hèn. En die beestjes waren rood van vel ip ulder ne rugge. O z’ip ulder sterfbedde lagen, hèn ze ze afgestaan aan de paters van Drongen en die jonkheden hân boeken ook. Maar die paters hèn alles meegepakt. En daardoor hân ze ne speciale macht, ne tovermacht en ook de macht van de voorspellinge. En da zat in de familie, van vader ip zeune, bij mannevolk allene. En da waren rappe mensen van z’hèn hier den eersten velo gemaakt. Da was Stantje Coene ip Ruiselede. En ’t hèn d’r daar stijf vele geweest voor die galgejongen t’hèn, maar z’hèn ze nie willen afstaan, tenzij ip ulder sterfbedde.

Beschrijving

Een jongen was opgevoed door twee broers die een galgenjong bezaten. Het galgenjong zat in een doosje en leek op een duizendpoot, maar had rood vel op zijn rug. Iedere dag moest men het jong wat bloed geven. Bij hun dood gaven de twee broers hun boeken samen met het galgenjong af aan de paters van Drongen.
Door het bezit van die boeken en het galgenjong beschikten die broers tijdens hun leven over bijzondere krachten. Ze konden toveren en de toekomst voorspellen. De toverkracht werd doorgegeven van vader op zoon. De twee broers waren erg verstandig, want ze hebben de eerste fiets van Ruiselede gemaakt.

Bron

P. Vandewalle, Leuven, 1968

Commentaar

3.1 Duivels
west-vlaams (o van houtland)
498
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Schuiferskapelle    Schuiferskapelle   

Plaats van Handelen

Ruiselede    Ruiselede   

Drongen    Drongen