Hoofdtekst
De rô mutsen zien kwoaddoeners. Iemand die boeken èt, kan de rô mutsen doen kommen. Mo je moe ze kunnen werk geven, daj z’uut werk zet. Bevoorbeeld: je meug terwegroan (tarwe) in ’n hoetvumme (houtvim) gieten. De rô mutsen kunnen dat er uut hoalen zo zere of da ze kieken. Mo kerremelk (karnemelk) en zoete melk, da kunnen ze nie scheên. En ton verdwienen ze direct.
Beschrijving
De rode mutsen waren wezens die kwaad deden en die konden opgeroepen worden door mensen die toverboeken bezat. Wie met die kleine wezentjes af te rekenen kreeg, moest hen een onmogelijke opdracht geven. Tarwekorrels uit een houtmijt halen konden de rode mutsen in een mum van tijd, maar karnemelk scheiden van zoete melk konden ze niet.
Bron
C. Dewaele, Leuven, 1967
Commentaar
1.2 Aardgeesten
west-vlaams (oostkust)
30
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Knokke   
