Hoofdtekst
Ons vader die kwam eens uit 't veld en hij had zijn klompen in 't veld laten staan en de meid zei: 'Jamaar, dat is niks, ge moet daar nie voor terug gaan, ich zal wel zorgen dat ze hier zijn.' En ze had 't nog nie gezegd of de klompen stonden voor hem. Ja, die had daar e boekske van. 'Nu is 't mich genoeg geweest' zei ons vader 'ze moet mich de deur uit.' En hij krijgt 't boekske te scharrelen en hij steekt 't in de stoof. 'Daar nu met uw prullen' zegt hij en zij laat ne schreeuw. 'Nu ben ich verlost' zegt ze.
Beschrijving
Een meid die zag dat haar baas zijn klompen in het veld was vergeten, zei: "Dat is niet erg, je hoeft niet terug te gaan". Het volgende ogenblik had de boer zijn klompen al terug. Toen de boer het toverboekje van zijn meid in de oven legde, riep het meisje opgelucht: "Nu ben ik verlost!"
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.3 Toverboeken
limburgs (noord-west)
276
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Neerpelt   
